Op basis van de ingevulde vragenlijsten kunnen we besluiten welke van volgende situaties zich voordoen:
1. De kinderen zijn niet geïnteresseerd om het spel te spelen.
2. De kinderen willen het spel spelen maar zijn niet in staat de nodige constructies te bouwen.
3. De kinderen spelen het spel maar slagen er niet in (voldoende) water op te vangen.
4. De kinderen spelen het spel en slagen er in water op te vangen en te bufferen.
5. De kinderen spelen het spel, slagen er in water op te vangen en te bufferen, en ze willen dit blijven doen (dus geen éénmalig spelletje meer, het wordt nu een deel van hun dagtaken, ze zijn trots op hun werk)
Bijbehorende besluiten:
1. Het gehele concept moet herzien worden want dit kan met veel factoren te maken hebben:
- Is de muur aantrekkelijk, uitnodigend genoeg?
- Is de begeleider wel de aangewezen persoon om het spel te 'leiden'?
- Hoe kunnen we de begeleider opleiden zodat die in staat is te overtuigen?
- ...
2. Er moet een andere (eenvoudigere) manier gezocht worden om water op te vangen.
3. Er moet een concreter plan zijn voor de kinderen. Ze behouden hun vrijheid maar kunnen bijvoorbeeld kiezen uit enkele handleidingen om te volgen (zoals bij Lego). Op die manier zullen de constructies beter en sterker zijn, met minder lekkages e.d.
4. Het concept is goed maar moet ook goed blijven en de verworven kennis moet elders gebruikt kunnen worden. De factor competitie moet verbeterd worden.
5. Het concept werkt.
zondag 31 mei 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten